Gezonde ouderen met HIV zorgen voor zieke ouderen met HIV in Ethiopië
WorldGranny stagiaire Merlijn Kouprie verbleef van maart tot en met juni 2010 in Awassa, een stad in Ethiopië met 160.000 inwoners, liggend aan Lake Awassa in de Grote Riftvallei, ongeveer 270 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Addis Abeba.
Voor haar studie Medische Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam reisde zij af naar Awassa, waar zij onderzoek deed naar de sociale relaties van ouderen geïnfecteerd met HIV. WorldGranny bracht haar in contact met de lokale organisatie Medhin Ethiopia HIV Positive Elders Association: een organisatie opgezet door oudere mensen en speciaal gericht op oudere mensen die zelf geinfecteerd zijn met HIV.
Weggepest
In 2007 besloot een groep van zes ouderen zich te verenigen in een organisatie speciaal voor henzelf: ouderen geinfecteerd met HIV. Reden hiervoor was dat ze allemaal lid waren van een andere organisatie die zich inzet voor mensen met HIV, maar de ouderen voelden zich hier niet prettig. Jong en oud kwamen daar samen voor dezelfde activiteiten en voorzieningen, er werd geen aandacht besteed aan de speciale wensen van ouderen met HIV. Maar vooral werden zij weggepest door de jongere leden die vaak aan de drank waren. Ze voelden zich er niet veilig en daarom besloten ze Medhin te starten. Nu hebben ze hun eigen plek, waar ze zichzelf kunnen zijn en ze op hun waarde geschat worden.
Ouderen aan het roer
Medhin wordt gerund door de ouderen zelf, op het moment 81 in totaal, waarvan 46 vrouwen en 35 mannen. Maandelijks is er een algemene ledenvergadering waarin de ouderen hun zorgen kunnen uitspreken en waarin ze voorlichting krijgen over leven met HIV. De groep wordt aangestuurd door een drietal enthousiaste jonge vrouwen, waarvan twee ook HIV-positief, een manager en een counselor, beiden HIV-positieve ouderen.
Inkomensgenererende activiteiten
De organisatie verstrekt kleine geldbedragen van 200 birr (ongeveer 12 euro) per maand aan leden, en daarnaast kunnen ze meedoen aan inkomensgenererende activiteiten, waarvoor zij dan een klein startkapitaal krijgen van 1000-2000 birr (ongeveer 60-120 euro) om hun eigen bedrijfje te starten. In totaal zijn er 40 leden die actief zijn hiermee. Veel voorkomende activiteiten zijn het inkopen en verkopen van stevig hout dat gebruikt wordt om funderingen voor huizen te bouwen of houtskool om vuurtjes mee te maken. Vrouwen houden zich vooral bezig met het verkopen van thee, koffie, het bakken van injera (een grote, zure pannenkoek die gegeten wordt met verschillende sauzen) of het maken van kruidenmengsels. Zo verdienen de ouderen wat extra's, want in Ethiopië ontvangen ouderen doorgaans geen pensioen.
Thuiszorg
Merlijn richtte haar onderzoek op een kleinere ‘support group' binnen deze organisatie: 11 ‘home-based care providers', zes mannen en vijf vrouwen: ouderen die zorg aan huis geven. Iedere oudere bezoekt wekelijks 4 à 5 zieke mede-leden voor ongeveer een half uur per dag, afhankelijk van de ernst van de ziekte. De zorgtaken bestaan voor een groot deel uit het geven van advies: het aansporen tot het op tijd nemen van medicijnen, het informeren over het voorkomen van opportunistische infecties, het benadrukken van het belang van hygiëne wat betreft voedsel, lichaam, kleding en huis. Ook nemen ze eten en drinken mee als de zieke daar zelf niet toe in staat is, en ze adviseren de zieke om ervoor uit te komen tegenover vrienden, familie en buren dat ze HIV-positief zijn, want "alleen met een eerlijke geest zul je in staat zijn gezond te blijven", aldus een oudere deelnemer. Hiernaast geven de ouderen mentale steun door te praten met de zieke en samen te bidden. Maar hun werk bestaat ook uit fysieke activiteiten, zoals het koken van maaltijden, het wassen van kleding, of het schoonmaken van het huis.
Sociale relaties
De ouderen ontvangen geen compensatie voor het werk dat zij doen, alleen een kleine vergoeding voor de transportkosten die zij maken wanneer ze een zieke naar het ziekenhuis moeten brengen. Merlijn volgde gedurende haar verblijf in Ethiopië een deel van deze ‘support group' in detail: vijf weken lang ging zij langs de huizen van vijf verschillende ouderen en stelde zij portretten op van het sociale leven van deze oudere mensen met HIV. Ze richtte zich op relaties die verbroken werden toen de HIV-positieve status van de oudere bekend werd; maar vooral op relaties die ontstaan zijn doordat de ouderen HIV-positief zijn: de vriendschappen die ze sluiten bij Medhin. Zoals Ato Elias verwoordde:"Bij Medhin maken we vrienden." Voor de meeste leden is Medhin het belangrijkste in hun leven, na familie, kinderen en God. Ato Abebaw zei: "Medhin is als een tweede huis.". Voornamelijk na het verliezen van hun werk, na bekendmaking van hun HIV-positieve status of omdat ze te oud bevonden worden, voelen vele ouderen zich eigenlijk nog behoorlijk fit en willen ze iets om handen hebben. Bij Medhin vinden ze een nieuwe dagelijkse activiteit dat ze voldoening geeft.
Elkaar helpen
De ouderen doen graag thuiszorg, omdat ze zelf veel hulp hebben gekregen toen zij erg ziek waren van HIV; hiervoor willen ze iets terug doen. Ze houden er niet van om anderen te zien lijden zoals zijzelf in het verleden geleden hebben. Ze beschrijven de relatie met hun zieken als broer en zus, als familie, als vrienden; er is wederzijds respect. Ze begrijpen elkaar goed, omdat ze in dezelfde situatie zitten. Ato Abebaw: "Bij Medhin zien we elkaar als vrienden." Want ondanks dat ze meer geven dan ontvangen is hetgeen wat ze ervoor terug krijgen waardevol: mentale genoegdoening, innerlijke rust en vrede, liefde van God, en sociale relaties met gelijkgestemden. Hun wens is dat iedereen weer beter wordt en sterk, zoals zijzelf hebben ervaren. En daarbij denken ze aan de toekomst van hun eigen land: "Ik heb besloten lid te worden bij Medhin om de volgende generatie te redden van HIV. Zij zijn de toekomstige leiders van Ethiopie."
Ethiopische cultuur
Merlijn ontdekte dat het succes van Medhin voor een deel geworteld is in Ethiopische cultuur en traditie. Oudere mensen worden van oudsher gezien als conflict-onderhandelaars en adviseurs. Ze worden gevraagd om te bemiddelen tussen verschillende partijen, omdat ze weten hoe ze met verschillende persoonlijkheden om moeten gaan. Daarnaast worden ze gerespecteerd vanwege hun leeftijd en levenservaring. Als adviseurs brengen ze hun academische kennis, maar vooral ook hun traditionele kennis over op anderen; ze adviseren kinderen om naar school te gaan en om daarnaast goed persoonlijk sociaal gedrag te ontwikkelen. De ouderen willen ook hun kennis en ervaringen doorgeven aan de toekomstige generatie, ze willen anderen vertellen hoe ze om kunnen gaan met hun HIV-infectie, en ze willen toekomstige besmettingen te voorkomen. Tevens zijn traditionele netwerken goed vertegenwoordigd in Ethiopië. De maatschappij is gewend om samen te werken in kleine groepjes, en om door middel van een netwerk elkaar te steunen, voornamelijk in tijden van moeilijkheden. Zo bestaan er begrafenis-support-groepen genaamd iddir, die leden financieel en emotioneel steunen in geval van een sterfgeval.
International AIDS Conference 2010
In wereldwijde discussies over Aids wordt het stukje "zorgen voor mensen met HIV/Aids" vaak vergeten. En ondanks dat UNAIDS in haar Political Declaration on HIV/Aids (2006) ‘care and support' als een van de aandachtgebieden noemt (naast preventie en behandeling), worden de lasten en wensen van mensen die zorgen voor mensen met Aids, de ‘caregivers', nog steeds over het hoofd gezien. Om deze caregivers op de kaart te zetten zijn Cordaid, VSO International, the Huairou Commission and WorldGranny's partner Help Age International een netwerk begonnen om alle ‘caregivers' over de hele wereld te verbinden: Caregivers Action Network (CAN). In het kader van de oprichting van dit netwerk werden er eind juli op de Internationale AIDS Conferentie in Wenen (Oostenrijk) sessies gehouden omtrent caregiving en home-based care. Merlijn gaf namens WorldGranny een presentatie over haar onderzoek in Ethiopië en kon haar ervaringen delen met een internationaal publiek.
Master of Science
Dit jaar zal Merlijn haar scriptie afronden en Master of Science worden in de Medische Antropologie. Ze gelooft erin dat sterke sociale relaties belangrijk zijn in het bestrijden van de Aids-epidemie:
"In Ethiopië is er een diepe "samen-staan-we-sterk"-mentaliteit, welke het relatief eenvoudig maakt om een support groep op te richten voor mensen met HIV en dus om mensen aan te sporen om voor elkaar te zorgen. Ik denk dat deze support groups belangrijk zijn voor de bestrijding van HIV, want het is noodzakelijk om op lokaal niveau samen te werken om de epidemie onder controle te krijgen, en dit lukt alleen wanneer je goede sociale relaties met elkaar onderhoudt. Ik heb in Ethiopië met eigen ogen gezien dat een support group goed werkt en pleit ervoor om in andere landen te kijken hoe deze support groups het beste in te passen zijn in de lokale cultuur en traditie. Je moet specifiek kijken naar hoe de oudere in de maatschappij gezien wordt, wat zijn/haar rol en functie is en hoe je dit kunt gebruiken bij het bestrijden van HIV."